Column

Premier van te licht en te laat

Hij wilde er liever niet aan beginnen, die inkomstenbelasting. Nicolaas Pierson was oud-voorzitter van De Nederlandsche Bank, premier én minister van Financiën. Een overheid die geld bij de burgers ophaalt om het vervolgens weer te verdelen druiste in tegen zijn liberale principes. Totdat zijn vriend Sam van Houten hem ervan overtuigde dat dit de enige manier was om armoede en ander leed structureel tegen te gaan. Pierson ging overstag en de vroegste vorm van inkomstenbelasting was in 1891 een feit.
Ook toen al bleek dat belastingen heffen niet alleen politiek gevoelig ligt, maar ook bureaucratisch complex is. In 1923 deed een reorganisatie – al de tweede in tien jaar – nogal wat stof opwaaien. Een oud-directeur van de dienst twijfelde of de belastingambtenaar na de fusie ‘…niet alleen de belangen van den fiscus, maar ook die der contribuabelen steeds in het oog weet te houden.’
De belangen van de burger steeds in het oog houden – daar ontbrak het nogal aan bij taskforce CAF-11, die verantwoordelijk was voor het opsporen van toeslagenfraude. Koppen rolden, een reorganisatie werd aangekondigd, en Kamerleden protesteerden dat je deze misstanden niet oplost met het verplaatsen van wat poppetjes.

En wat deed de grote baas, premier Rutte, net als Pierson een volbloed liberaal? Hij liet een traan, ongetwijfeld oprecht. Hij huilde niet alleen om het leed van de burgers, maar ook omdat de toeslagenaffaire een uitwas is van een systeem waar hij een grondige hekel aan heeft: geld bij de burgers ophalen om het vervolgens weer te verdelen.
Rutte vergeleek het leed in de toeslagenaffaire met dat van het neergehaalde passagiersvliegtuig MH17 (193 Nederlandse doden) en de aardbevingen door gaswinning in Groningen met zijn duizenden gedupeerde woningbezitters. De vergelijking werkt vertroebelend. Bij de MH-17 reageerde de overheid accuraat, maar bij de bevingen en de toeslagen liet de overheid het lang afweten – zowel op bureaucratisch als politiek niveau.
Als deze premier in twee van de drie grote crises die hij moest afhandelen burgers jaren in onzekerheid laat, dan is er iets grondig mis. Noch in Groningen, noch bij de toeslagen maakte hij het ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke gebaar dat je zou mogen verwachten als de overheid, waar hij eindverantwoordelijk is, de mist ingaat.
Excuses, een traan? Gewogen, maar te licht bevonden. Hopelijk heeft Rutte geen vierde crisis nodig om op de valreep van zijn ambtstermijn de morele balans te herstellen. Wellicht kan het voortschrijdend inzicht van Nicolaas Pierson hem tot inspiratie zijn.

Hilde Sennema is freelance schrijver en bedrijfshistoricus, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Reageer via columnist@fd.nl.